Veelgestelde vragen

Voor vrijwel alle Poltec cementmortels geldt 3 minuten mengen. Cement heeft tijd nodig om te
hydrateren, hierdoor lijkt de mortel vaak in eerste instantie te droog. Na verloop van tijd blijkt
de mortel toch de juiste consistentie te krijgen. Wanneer te vroeg extra water toegevoegd wordt
resulteert dit in een onjuiste Water-Cement factor: een te dunne mortel.

Cement trekt water aan (hygroscopisch). Droge Poltec cementmortels bevatten vochtvangers, maar bij
lage temperaturen is er meer kans op condens waardoor de vochtvangers verzadigd raken. Het product
kan hierdoor gaan klonteren waardoor de specificaties verminderen of het product zelfs onbruikbaar
wordt. Ook eventuele bijbehorende acrylaat additieven worden onbruikbaar door bevriezing

Met name de verharders van onze 2-componenten synthetische producten zijn gevoelig voor bevriezing.
Deze zullen kristalliseren waardoor deze hun werking verliezen en het product niet meer zal
uitharden.

Stelmortels zijn ontwikkeld om putafdekkingen op hoogte te stellen en worden uitsluitend verticaal
belast. Hechtmortels werken als “lijm” en zijn ook bestand tegen (horizontale) zijwaartse belasting.
Wanneer bij het verlijmen van elementen toch stelhoogte ( >15mm) vereist is, biedt het Poltec
productpakket hiervoor speciale hechtmortels voor hogere laagdikte.

Betonelementen produceren warmte bij het uitharden waardoor deze “drogen”. Daarnaast zijn de
elementen vaak al enige tijd oud; onder invloed van zon en wind droogt het element nog verder uit.
Wanneer de natte mortel op dit droge oppervlak komt zal dit vocht aan de mortel onttrekken waardoor
op het grensvlak de mortel vrijwel droog is. Dit zal resulteren in onvoldoende, of misschien zelfs
helemaal geen aanhechting.

“Vol en zat” betekend dat een overmaat mortel wordt aangebracht; het element wordt hier vervolgens
ingeklopt en rondom glad afgewerkt. Deze wijze van verlijmen garandeert 100% contact tussen mortel
en het contactoppervlak en dus een optimale verbinding. Glad afwerken geeft een esthetisch
resultaat. Wanneer de verlijming op slechts enkele plekken gebeurt kan er vuil gaan nestelen tussen
de verbinding die hierdoor gevoelig wordt voor stukvriezen.

Een aanbrandlaag zorgt voor een lichte verhoging van de vloeibaarheid van de mortel op de
contactvlakken. Hierdoor zal de aanhechting nog verder verbeteren en wordt een optimaal
eindresultaat bereikt.

Dit is niet voor alle producten hetzelfde; een aantal producten is water/vocht tolerant. Andere
dienen juist op een volledig droge ondergrond aangebracht te worden. Neem hiervoor contact op met
onze adviseurs. http://www.poltec.nl/over-ons/

Cementgebonden mortels hebben een soortelijk gewicht van ca. 2.0 tot 2.3 kg/L. Dit betekend dat bij
verlijmen voor 1 m2 gemiddeld 2kg per mm laagdikte nodig is. Als aanbrandlaag kan 2kg/m2 aangehouden
worden. Bij het stellen van putafdekkingen wordt in het algemeen 1 tot 2 zakken stelmortel per
putafdekking gebruikt.

Mortel heeft een bepaalde dikte nodig om sterkte op te bouwen; bij te kleine laagdikte zal de mortel
te zwak worden. Wanneer de mortel met te hoge laagdikte aangebracht wordt bestaat het risico op
scheurvorming (krimpscheuren). Deze scheuren zijn in het algemeen zeer klein, maar zijn we de
zwakste punten van de verbinding.

Poltec mortels zijn hoogwaardige producten die worden toegepast vanwege hun hoge specificaties. Om
deze resultaten te bereiken zijn er bepaalde voorwaarden van toepassing; gebruik van water zonder
risico van vervuilingen is hier een onderdeel van.

Gevlinderde vloeren zijn ontworpen om slechte aanhechting te hebben en zodoende “schoon” te blijven.
Ook met Poltec mortels is rechtstreeks verlijmen op deze vloeren af te raden. Wanneer door stralen
of boucharderen de toplaag verwijderd wordt kan er weer met cementmortels verlijmd worden. Wanneer
een vloeistofdichte verlijming vereist is kan hiervoor een polymeer gevulde mortel, zoals Poltec 718
in combinatie met Poltec 719, gebuikt worden.

De water-cement ratio is een belangrijke parameter bij cementmortels. De mortel wordt door teveel aan
water dunner waardoor deze “wegzakt” en het element met name langs de randen geen contact maakt met
de mortel. Daarnaast zal een waterige mortel neiging hebben tot uitzakken waardoor zwaardere
deeltjes scheiden van de lichtere deeltjes.

Cementmortels zijn watergedragen; vet en water stoten elkaar af zodat er geen hechting optreed.
Mortel zal hechten aan de eerste vaste stof die deze tegenkomt; bij niet schone ondergrond is dat
vuil en stof. Dit zit echter niet vast aan de ondergrond, waardoor er dus hechting aan losse delen
plaats vindt. Ook olie en vet zijn slechte ondergronden:
Stof en vuil zit vaak statisch gebonden aan het oppervlak, met enkel water laat dit niet los. Vaak
biedt water in combinatie met bezemen uitkomst.